Volgens critici is de klimaatbeweging één grote samenzwering om u te laten geloven dat uw CO2-uitstoot bijdraagt aan een veranderend klimaat. Deze critici beweren dat de mens nooit voor zo’n substantiele verandering kan zorgen.
Volgens de klimaatbeweging is de mens schuldig aan het veranderend klimaat. De sneller dan normaal stijgende CO2-concentratie in de atmosfeer is door toedoen van de mens én de oorzaak van de verandering van het klimaat.
Eerlijk gezegd maakt het mij niet zo heel veel uit wiens schuld het veranderende klimaat is. Wat mij wel uitmaakt is dat
1) Het klimaat verandert, door welke oorzaak dan ook
2) De brandstoffen raken in rap tempo uitgeput
3) Hetzelfde geldt voor onze grondstoffen
4) De verandering in het klimaat zorgt voor enorme sociale problemen, vooral in de armere landen.
Laten we het eerst eens hebben over het uitputten van brand- en grondstoffen. Over 30 jaar hebben we geen olie meer, daarna hebben we nog genoeg kool (een beetje afhankelijk van de groei van allerlei consumptiepatronen) voor een jaar of 60. Dat zal onze tijd dus wel duren. Maar die van onze kinderen? Het is al anders voor veel gebruikte grondstoffen. New Scientist heeft daar een jaar of twee geleden een prachtige diagram van gemaakt. Grondstof voor LCD-tv’s: nog 4 tot 13 jaar. Grondstof voor medicijnen: nog 13-30 jaar. Dat vind ik indrukwekkende en vooral zorgwekkende cijfers.
En dan die klimaatverandering. Is dat slecht voor de wereld? Hoe erg is het dat de aarde een beetje opwarmt? Dat de zeespiegel wat hoger komt? Dat de palmbomen op de Noordpool weer terug komen? Voor de planeet is het niet zo erg, die kan wel tegen een stootje, die past zich wel aan.
Maar wat wél erg is, zijn de sociale problemen die hiermee samenhangen. Een groot deel van de bevolking van Bangladesh moet verhuizen, omdat dat onder water komt te staan. Bewoners van Tuvalu zijn zich zelfs al aan het orienteren op een stuk grond in Australie. Wat ze vervolgens wel van de verdrinking redt, maar weer een heel nieuw probleem met zich meebrengt. Grote delen van Australie zijn aan het verwoestijnen. Overigens lopen het zuiden van Spanje en Portugal daar ook risico op. Of wat dacht u van de problemen van het midden van de Verenigde Staten? Grote stormen bedreigen daar jaarlijks vele mensen. Ze lopen het risico gewoon volledig weggeblazen te worden. Dan vallen ons Nederlandse problemen toch eigenlijk wel mee. Amersfoort aan Zee is niet ondenkbeeldig, maar gelukkig zijn wij een land van waterbouwers en zullen we het niet zo ver laten komen.
Wat ik maar wil aangeven, is dat het niet alleen maar een ver van ons bed verhaal is. Het is verschrikkelijk voor alle mensen in minder ontwikkelde landen, maar vergeet niet dat het risico ook gewoon thuis op de loer ligt.
We kunnen natuurlijk onze kop in het zand steken, we kunnen lekker doorgaan zoals we gewend zijn. Maar dan zijn zometeen die brand- en grondstoffen echt wel op. En dan? Dan moeten we toch wel heel erg inventief zijn om dat ter plekke op te lossen. Want dat is waar we nu op aansturen: wie dan leeft, wie dan zorgt. We kunnen het niet zien of voelen, dus waarom zouden we er iets aan doen, laat staan er geld in steken. We móeten er iets aan doen, we móeten er geld in steken. Maar waarom per se nu? Waarom niet gewoon pas als het allemaal op is? Omdat we nu tegen redelijke prijzen (het begin van) de oplossingen kunnen bedenken. Omdat het nu al zien aankomen. Omdat als we daar pas over 50 jaar mee beginnen, het misschien wel gewoon te laat zal zijn.
Dus laten we het doen. Laten we ontdekken dat we dat schuldgevoel los kunnen laten en we op een leuke manier optimaal van al onze technologische kennis gebruik kunnen maken. Misschien kunnen we zelfs wel laten zien hoeveel we allemaal kunnen met die technologische kennis. En hé, wie weet, misschien daalt dan zelfs onze CO2-uitstoot wel en misschien blijkt dan zelfs wel dat de temperatuur op aarde stabiliseert.
