Vorige week ontplofte een booreiland in de Mexicaanse golf. Het menselijk leed was niet te overzien, 11 leden van de bemanning zijn nog niet gevonden, naar alle waarschijnlijkheid zijn zij overleden. Het booreiland zonk en nu zijn er 3 grote gaten in de zeebodem op een diepte van ongeveer 1500 meter. Niet echt een locatie waar een duiker makkelijk bij kan, om een stop in te duwen. Dus probeert de eigenaar van het platform, BP, de gaten nu met behulp van een onderzeeër te dichten. Vandaag werd bekend dat de ramp véél groter is dan tot nu toe werd aangenomen. In plaats van de geschatte 160.000 liter olie die de zee in zou stromen, wordt er nu geschat dat het om 800.000 liter zou gaan. Per dag! De olievlek is nu 130 bij 70 kilometer groot en ligt minder dan 30 km van de kust van een kwetsbaar ecologisch gebied af. Er zijn al verhalen van mensen die met olie besmeurde walvissen hebben gezien. Als oplossing wordt nu het affakelen van de olie toegepast. En zo brandt de zee elke dag een uur, in de hoop een nog groter milieuramp te voorkomen.
Vandaag is ook ingestemd met de komst van het eerste windmolenpark op zee van de VS. Een energieproject dat aan 400.ooo huishoudens stroom kan gaan leveren. Tegenstanders, waaronder milieuorganisaties, claimen dat dit park de ecologie van het gebied sterk aantast en het uitzicht verpest. Dezelfde bezwaren hoorden we ook toen we in Nederland het eerste windmolenpark wilden aanleggen. Dit windmolenpark staat er nu en kan aan 125.000 huishoudens stroom gaan leveren. Ondertussen zien we ook dat de windmolens een barriere vormen voor trekvogels en daar moet zeker iets aan gedaan worden. Maar het vermoeden bestaat ook dat, na een verstoring tijdens de bouw, het bodemleven en de visstand juist een enorme impuls krijgen, omdat boten niet in de buurt mogen komen. Er gaan zelfs stemmen op om een ring van windmolenparken om Europa aan te leggen, waardoor ook de grootschalige visserij geen kans meer krijgt. Zo kan Europa in haar energievoorziening wellicht zelfs onafhankelijk van de golfregio worden. En daarmee dus ook van olie.
En daarmee vraag ik me af welke schade we ernstiger vinden: het leven van 11 mensen én een enorme olievlek, of 130 tot 170 windturbines op zee?
Vandaag in heel veel kranten het goede nieuws dat de luchtverontreiniging zo is afgenomen. Met daaraan gekoppeld het slechte nieuws dat de aarde daardoor sneller opwarmt. Duidelijk een berichtje in de categorie: oud nieuws. En dan vraag ik me af waarom zo’n bericht nu weer gepubliceerd wordt.
Laat ik beginnen bij het begin. Hoe werkt de opwarming van de aarde en wat voor een rol speelt luchtvervuiling daarin?
De zon straalt warmte (en licht) naar het aardoppervlak, deze warmte wordt vervolgens door de (gassen en stoffen in de) atmosfeer en door het aardoppervlak, en alles wat zich daarop bevindt, weerkaatst, waardoor onze leefomgeving wordt opgewarmd tot een aangename temperatuur om in te leven. Goed nieuws.
Nu is het zo dat gassen en stoffen de weerkaatsing van het zonlicht allemaal op een eigen manier beïnvloeden. Zo houden wolken een deel van de inkomende zonnestraling tegen, waardoor een kleiner deel van de warmte het aardoppervlak bereikt. Dit is een oud mechanisme en werkt al vanaf het ontstaan van de aarde regulerend. Als het te warm dreigt te worden zijn er allerlei mechanismes (waaronder algengroei) die het wolkendek regelen en zo de warmte op aarde af laten nemen. Maar ook roet en fijnstof spelen een rol. Roet en fijnstof zorgen er, net als wolken, voor dat niet alle straling het aardoppervlak bereikt en zijn zo dus ook verantwoordelijk voor afkoeling. Vaak wordt geroepen dat er tijdens een vulkaanuitbarsting heel veel roet en fijnstof in de atmosfeer worden gestoten. Dat klopt. Maar wat wij met onze leefwijze aan roet en fijnstof produceren is vele malen groter dan die paar vulkanische uitbarstingen. Bovendien weten we dat roet en fijnstof een negatief effect op onze gezondheid hebben. De toename van patienten met klachten aan de luchtwegen wordt er aan toegeschreven, van astma tot longkanker. Misschien kom je zelf wel eens op het strand. Weet je dat de concentratie fijnstof, als gevolg van schurend zand, tot 1 meter hoogte op het strand vele malen hoger is dan langs de gemiddelde snelweg? En dat terwijl we een dagje strand toch vaak als uitermate gezond zien. Zeelucht, zout water, beweging en ontspanning. En toch kom je vaak met een loopneus van het strand af, zeker als je veel hebt gelegen. Dat komt door het fijnstof. Dat moet je lichaam weer uit.
Genoeg reden dus om zo min mogelijk roet en fijnstof in de lucht te willen hebben.
CO2 heeft weer een eigen effect op de opwarming. Waar roet en fijnstof verantwoordelijk zijn voor afkoeling, zorgt het gas CO2 in de atmosfeer voor een veranderde terugkaatsing van de zonnewarmte, waardoor minder warmte het aardoppervlak verlaat en de aarde zo verder opwarmt dan normaal gesproken het geval zou zijn.
Die twee processen hielden elkaar aardig onder controle. Ja, de temperatuur op aarde is wat gestegen, maar door de filtering van roet en fijnstof is dat beperkt gebleven. Een effect dat al jaren wordt verkondigd. En toch is het vandaag nieuws.
Wat ik het echte nieuws vind is dit: alle maatregelen die in de afgelopen decennia zijn genomen, alle moeite en inspanningen die zijn verricht, het heeft geholpen! We doen het niet voor niets. Denk maar eens na over alle doemscenario’s die we gewoon de wereld uit hebben geholpen.
Gat in de ozonlaag: bijna gedicht. Door uitbanning van drijfgassen.
Zure regen: nog nauwelijks voorkomend. Door betere controle chemicalien.
Verontreinigde grond: nog nauwelijks voorkomend. Door betere controle en naleving.
Verontreinigd water: enorm verbeterd. Door betere wetgeving en controle.
Dit waren duidelijk de laagfruitvoorbeelden. Grond- en waterverontreiniging is bovendien nogal dicht bij ons bed, waardoor we daar wel graag een succes van wilden maken. Zure regen is al minder lokaal, maar het gat in de ozonlaag is echt van helemaal niemand en tóch is dat ook gelukt. Precies zoals het ons nu lukt om roet- en fijnstof terug te dringen. Dat is echt geweldig nieuws. We konden het gat in de ozonlaag niet aanraken, het was niet van ons, maar de maatregelen waren nog relatief simpel en de alternatieven voorhanden.
We kunnen het!
Het is nu dus tijd voor de volgende stap. We weten al eeuwen dat CO2 verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. We weten ook dat de industrialisering voor een toenemende CO2-uitstoot zorgt. Het is natuurlijk niet alleen ons probleem, net zoals wij niet alleen de veroorzakers zijn. Maar we weten wel dat als we mondiaal op de juiste manier optreden, de overheid de kaders stelt, we met ons allen bewustzijn creeeren, zodat iedereen onderdeel is van de oplossing, we een probleem de wereld uit kunnen helpen. Hoog tijd dus om nu te beginnen.
Laten we niet langer stilstaan bij de problemen, maar laten we beginnen aan de oplossingen. Dát is het echte nieuws van vandaag!
Op het eerste gezicht hebben duurzaamheid en gemeenteraadsverkiezingen natuurlijk niet zo heel erg veel met elkaar te maken. Hoewel we ons natuurlijk kunnen afvragen of al die stempassen van verantwoord papier zijn gemaakt en of straks onze potloodjes en stemhokjes geen giftige stoffen bevatten.
Maar dat soort zaken is, met dank aan minister Cramer nu al wel aardig geregeld. Wanneer (semi)overheden tegenwoordig inkopen, moeten zij rekening houden met een groot aantal criteria die speciaal rekening houden met duurzaamheid. Dat klinkt als goed nieuws. En dat is het ook wel, want er is geen bedrijf dat er nu nog onder uit komt om op zijn minst op te letten dat het papier dat ze leveren van een duurzame bron afkomstig is. En er is geen overheid die daar nog mee mag smokkelen. Duurzaamheid krijgt zo een echte stimulans en door de schaalvergroting zullen duurzame producten op die manier veel betaalbaarder worden voor iedereen.
De duurzame inkoopcriteria wil ik vandaag even links laten liggen, maar zal daar later zéker nog op terugkomen.
Je gemeente heeft dus al de plicht om, in meer of mindere mate, op duurzaamheid te letten. Maar weet jij wat je gemeente nog meer doet? Dóet je gemeente nog meer? Zou je willen dat je gemeente nog meer doet? Of blijkt dat je gemeente heel veel doet, maar zijn ze daar misschien een beetje onzichtbaar in? Wat verwacht je eigenlijk van je gemeente? Heb je daar wel eens over nagedacht?
Zou je willen dat je gemeente duurzame energiebronnen stimuleert om in de energiebehoefte van de inwoners te voorzien? Moeten ze een (online) platform bieden om de beste duurzame ideeen te verzamelen? En uit te voeren? Kan de plantsoenendienst op een andere manier werken? Of de milieustraat? Hoe wil je dat afvalverwerking is ingeregeld? Of de koffie op het gemeentehuis? Wil je dat ze in het kader van duurzaamheid ook rekening houden met sociale activiteiten? Houdt de taak van de gemeente op bij voorlichting? Of dienen ze een actief beleid te voeren, met ver- en geboden? Mag de gemeente extra eisen stellen, ter aanvulling op de wettelijke eisen? Wil je dat je gemeente een koploper is?
Lees de verschillende verkiezingprogramma’s er vandaag en morgen eens op na. Hoe de politieke partijen een duurzame toekomst zien, zegt heel erg veel over het beleid dat je de komende jaren mag verwachten. Er zijn partijen die helemaal geen aandacht hebben voor duurzaamheid. Er zijn partijen die de wettelijke eisen voldoende vinden. Er zijn partijen die bij groen alleen denken aan de groenstroken in jouw gemeente. Er zijn partijen die vooruitstrevender zijn en extra oplossingen aandragen.
Het moet dus gek lopen, wil je op dit gebied niet een partij vinden die het beste bij je past. Reden te meer om woensdag 3 maart tóch dat rode potlood op te pakken en te laten weten wat jij verwacht van je gemeente. Je hebt, ook tijdens een raadsperiode, heel veel mogelijkheden om af en toe van je te laten horen, of zelf iets op- of aan te pakken. Maar het nemen van verantwoordelijkheid begint alvast bij het uitbrengen van je stem. Veel plezier met het doorspitten van de verkiezingsprogramma’s!
Elke dag verschijnen er in de media meer berichten over de twijfel van Nederlanders aan het klimaatprobleem. Aanjager hiervan zijn de fouten gemaakt in het IPCC-rapport over de opwarming van de aarde. Het gaat om fouten, leugens en te simpel gepresenteerde gegevens en tast de geloofwaardigheid van het volledige IPCC aan. Een kwalijke zaak. Wetenschappers moeten altijd kritisch blijven en tegenvragen blijven stellen en accepteren. En zo wordt gemeld dat de Nederlanders zich minder zorgen maken over de opwarming van de aarde.
En dat is ook een kwalijke zaak. Niet alleen de media, maar ook het publiek verwarren het klimaatprobleem namelijk te vaak met allerlei andere problemen. Denk aan grondstoffen, brandstoffen, afval, gifstoffen, aan de kap van het regenwoud, aantasting van de natuur. En zo zijn er natuurlijk nog veel meer problemen die samenhangen met het veel grotere geheel van duurzaamheid. Maar juist door die verwarring worden deze zaken ook naar de achtergrond geschoven. Ach, van die zure regen en het gat in de ozonlaag horen we niets meer, het rapport over de opwarming van de aarde was een leugen, geen reden om ons nog zorgen te maken of actie te ondernemen.
Maar dat is er nog wel. Die grondstoffen raken op. Die brandstoffen ook. En sneller dan we willen. Gif wordt nog elke dag toegevoegd aan veel producten waar we dagelijks mee in aanraking komen. Datzelfde gif wordt dagelijks ook afgedankt en waar belandt het dan? En afval in het algemeen? Wat moeten we daarmee? Verbranden? Storten? En welke soort op welke manier? En wat gebeurt er met onze planeet, met de woonplaats van heel veel mensen als we door blijven gaan met het kappen van het regenwoud op deze schaal? Hele landen spoelen er door weg. Letterlijk.
De problemen waar we mee te maken hebben zijn dus veel groter dan alleen de opwarming, het klimaat. En elke keer als ik zo’n artikel lees, wil ik iemand door elkaar schudden, om ze aan het verstand te brengen dat er wél wat moet gebeuren. En dat lijkt echt nog het enige dat er op zit. Iedereen in Nederland, stuk voor stuk, door elkaar schudden. Dus maakte ik gisteravond op twitter het volgende rekensommetje.
In Nederland wonen 16.45 miljoen mensen (compromis, na de inbreng van een aantal tweeps), 20% daarvan mag niet geschud worden (te jong, te oud, zwak, ziek of misselijk). Dan blijven er 13.16 miljoen mensen over. Stel, ik schud ze 30 seconden door elkaar. Dat is best lang, probeer het maar eens, maar ik wil graag dat het goed tot ze doordringt. Dan ben ik 394.800.000 seconden aan het schudden. Dat is 6.580.000 minuten= 109.667 uur= 4569 dagen=12,5 jaar.
Als ik persoonlijk iedereen door elkaar wil schudden dan ben ik daar dus twaalf en een half jaar mee bezig, zonder te slapen.
Natuurlijk ben ik gedreven en ambitieus, maar ik snap ook dat mij dit niet gaat lukken. Nog even los van het feit dat ik heel erg van slapen houd. Ik moet dus iets anders verzinnen. De meeste voorstellen van tweeps en van IRL-mensen gaan in de richting van een piramidesysteem. Daar ga ik de komende tijd eens even op broeden, want 12,5 jaar niet slapen…
Wist jij dat er in Spanje een heel groot windenergieproject loopt? Groter dan we ons in Nederland zelfs maar kunnen voorstellen? En dan niet dat gemopper over landschaps- of horizonvervuiling, gewoon neerzetten die dingen en energie opwekken.
En dat heeft resultaat. Vorig jaar is 53% van de totale Spaanse energiebehoefte opgewekt door die windmolenparken. Dat hadden ook 11 nucleaire centrales kunnen zijn. Dat is dus pure winst.
Het land van Don Quichot heeft zijn eigen windmolens bevochten door er windturbines te plaatsen. Dan kunnen wij dat toch ook?
Natuurlijk ken ik ook alle bezwaren van windturbines: het maximale vermogen wordt amper bereikt, ze zijn veel duurder dan andere duurzame technieken, de levensduur is relatief kort, de wieken zijn slecht recyclebaar en er zijn mensen die ze lelijk vinden.
Het wordt hoog tijd dat we van deze denkpatronen afstappen. Nederland (en de rest van de wereld) zal in de zeer nabije toekomst moeten overstappen op duurzame energiebronnen. Olie raakt op, daar is geen ontkomen aan. De makkelijk winbare velden leveren nog voor slechts een aantal decennia energie. En daarna willen we toch ook graag lampen kunnen aansteken, de oven kunnen gebruiken en auto kunnen rijden? En wat dacht je van de productie die ons eten, kleding en doe het zelf materialen levert? Om maar te zwijgen over dat we willen blijven telefoneren, computeren, internetten, een warm bad nemen, foto’s maken en boeken lezen?
Dus we moeten wel wat anders. Dan kunnen we dus rustig blijven wachten tot er een oliemaatschappij waarschuwt dat ze nu écht aan het laatste olieveld zijn begonnen, ons dan een hoedje schrikken en dan snel een vuurtje stoken in de hoop onszelf op die manier warm te houden. Of we doen nu net alsof we het écht aan zien komen en het probleem begrijpen en daar ook actie voor willen nemen.
Dat betekent dat we serieus moeten kijken naar alternatieven. Alle alternatieven. En eigenlijk moeten we niet stoppen met ernaar kijken. We moeten ze ook invoeren. En ons niet laten weerhouden door argumenten als landschaps- of horizonvervuiling. Dan zitten we alleen nog met de kosten. Zo’n windmolen, getijdecentrale of zonnecel is niet goedkoop. Niet voor een particulier, maar ook niet voor de overheid. En het zal in de komende 10 jaar ook niet echt heel goedkoop gaan worden. Subsidies helpen iets, maar nog niet alles. Tot nu toe ben ik pas één installateur tegengekomen, die een zonne-energie-abonnement aanbiedt. De klant mag hem betalen met wat er wordt uitgespaard aan de energierekening. Kijk, daar hebben we wat aan. Don Quichot in installatieland.
Dan zoeken we nu dus eigenlijk alleen nog de Don Quichots bij de overheden, om het woud aan subsidies op te helderen en te versimpelen en tegelijkertijd te regelen dat er op hun grondgebied voldoende duurzame energie wordt opgewekt en de Don Quichots bij de inwoners om hun bedrijven en huizen vol te plempen met zonnecellen en windmolens.
En garde!
Ik had me zó voorgenomen hier alleen maar stukjes te schrijven waar de ondernemer direct wat aan had. De spaarlampindraaier van deze site, zeg maar. Maar er moet me nu toch iets van het hart.
Lees hier verder.
Grote ophef bij een aanbieder van kernenergie toen bleek dat MVO Nederland niet langer wilde dat ze bij hen aangesloten zouden zijn. De rechter moest er zelfs aan te pas komen. Aanbieder van kernenergie hield vol CO2-loze energie aan te bieden en daarmee dus juist heel erg MVO te zijn. Nog even los van het feit dat kernenergie in de keten helemaal niet CO2 vrij is, gaat de aanbieder hier voorbij aan het begrip duurzaam.
Al in de jaren 80 definieerde het Brundtland-rapport duurzame ontwikkeling als volgt: Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeftes te voorzien in gevaar te brengen.
Kort samengevat houdt duurzaamheid rekening met het hier en daar en nu en later. En dat is iets waar kernenergie precies géén rekening mee houdt. Kernenergie is dan, althans tijdens de conversie, een schone energiebron, maar laat vervolgens de rommel voor toekomstige generaties. En dan hebben we het ook over echte rommel, van het soort waar je gewoon heel erg ziek van wordt.
Zonder direct met het bekende Neerlands vingertje te zwaaien, hoop ik dat dit een les is die we allemaal in onze harten dragen. Hoewel CO2-neutraal zeker een onderdeel is van duurzaamheid, mogen we nooit automatisch beweren dat CO2-neutraal ook duurzaam is.
De bekendste definitie van duurzaamheid stamt uit het Brundtland rapport van 1987. Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te kunnen voorzien in gevaar te brengen.
Helder toch? Het gaat dus over de grenzen van ons eigen ecosysteem. Het systeem waar wij ons als mens centraal hebben gezet, maar dat helemaal niet blijken te zijn. Het systeem waarin grondstoffen op kunnen raken, waarin de aardoppervlak niet meer voldoende zal zijn, waarin de atmosfeer niet meer ongestraft alles kan opnemen wat wij uitstoten.
En het bewaken van die grenzen, dat is wat een ondernemer duurzaam maakt. Je kunt duurzaam zijn op heel veel gebieden. Energie is een heel bekende. Maar heb je ook wel eens nagedacht over de relatie met je medewerkers en klanten? Diversiteitsbeleid en klantenservice zijn ook gewoon duurzaamheidsaspecten. Productontwerp, maar ook, juist, je eigen bedrijfsvoering.
Weet je zelf al hoe duurzaam jouw bedrijf is? Begin dan eerst maar eens met op een rijtje te zetten wat duurzaamheid precies betekent voor jou. Dan kan je daarna heel simpel vergelijken of dat overeenkomt met de werkelijkheid. En daar vandaan werk je toe naar een volledig duurzaam bedrijf. Dat klinkt niet eens zo heel moeilijk. Aan de slag, dan!
Gisteren werd ik op twitter gewezen op een filmpje van Een Vandaag over de topeconoom Rifkin. Rifkin vertelt dat de kredietcrisis niets voorstelt vergeleken met de crisis die nog komen gaat. Die crisis wordt veroorzaakt door het opraken van grond- en met name brandstoffen.
New Scientist publiceerde ruim twee jaar geleden al een artikel en grafiek van de nog aanwezige grondstoffen en wanneer we deze uitgeput zouden hebben. Een behoorlijk angstaanjagend plaatje. Zeker nog een plaatje vanuit het ‘ouderwetse’ schulddenken. Het kan zo maar lijken alsof we geen alternatieven hebben en we zouden moeten stoppen met consumeren. Een vooruitzicht waar niemand natuurlijk echt gelukkig van wordt. Want dat het allemaal opraakt, dat weten we allemaal wel.
Maar er is gelukkig ook goed nieuws. Rifkin bepleit een energiestelsel van ‘micro-grids’. Kleine zelfvoorzienende eenheden, die toch met elkaar verbonden zijn en zo met zijn allen zorgen voor de opwekking van de benodigde energie. Ook in Nederland bestaat zo’n project, de QBox, die nu al wordt toegepast in nieuwbouwwijken. Het was zo’n vooruitstrevend project dat ze er zelfs allerlei prijzen mee in de wacht hebben gesleept.
Zo’n gedecentraliseerd systeem is natuurlijk ook een heel goed idee. Misschien even niet voor de huidige, traditionele, energieleveranciers, die zullen dan wel even heel creatief moeten worden in het uitvinden van een nieuw dienstenpakket. Als je bedenkt dat energievoorzieningen bewaakt moeten worden door het leger, dat er oorlogen om gevoerd moeten worden, dat we afhankelijk zijn van landen met minder prettige regimes, dat zon, water en wind altijd en overal aanwezig zijn. Dan kunnen we toch niet anders concluderen dan dat het een geweldig idee is om over te stappen op onze eigen energie?
Waarom doen we dat dan niet? Omdat het geld kost. Veel geld. Omdat de opbrengst nog niet optimaal is. En omdat we geen flauw idee hebben hoe we aan de technologie en de subsidies moeten komen. Als je zonnepanelen wilt laten installeren, dan kan je in aanmerking komen voor drie subsidies, één van je gemeente, één van je provincie en één van het rijk. Dat maakt het er niet makkelijker op. En we zijn toch gewoon heel vaak heel gemakzuchtig? Dat heeft het verleden al bewezen.
Voor grondstoffen geldt hetzelfde. We moeten nu echt op zoek naar vervangende stoffen die niet milieubelastend zijn. En dat kan ook al echt wel. Misschien dat kunststof gemaakt van aardappelzetmeel nog even niet al te geschikt is om vlees in te verpakken, maar voor heel veel andere zaken kan het al wel worden toegepast. Aardappel is hernieuwbaar en het kunststof dat er van gemaakt kan worden eindigt niet alsnog in de vis die je opeet.
We weten dat het allemaal opraakt, dat weten we al decennia lang. We doen niets. We gaan de geschiedenis in als een heel rare generatie, we kenden de problemen en we hebben er niets aan gedaan. Onze ‘leiders’ hebben afgelopen weekend in Kopenhagen bewezen dat alleen het eigen ego telt, het is aan ons om aan de slag te gaan. En daar liggen enorme kansen. Je zal toch het eerste bedrijf zijn dat plantaardig kunststof op een duurzame manier geschikt maakt voor het verpakken van vochtige materialen. Je zal toch het eerste bedrijf zijn dat het voor elkaar krijgt om huishoudens voor weinig aan duurzame energie te helpen. Je zal toch het eerste bedrijf zijn dat volledig CO2-neutraal, of misschien zelfs wel positief, produceert in de hele keten. Je zal toch het eerste bedrijf zijn dat volledige C2C auto’s maakt. Of misschien ben je wel het tweede bedrijf, dan mag je ook nog steeds je handen dichtknijpen. Is dat geen prachtige uitdaging?
Laten we als inwoners nou eens met elkaar aan de slag gaan om zo het duurzaamste Nederland als voorbeeld voor de wereld te vormen. Want als wij het kunnen, in ons kleine kikkerlandje, dan willen we dat de rest van de wereld best leren. En dát lijkt mij best een goede, duurzame, impuls voor onze economie.
Zaterdagmorgen, half negen, de krant: mager klimaatakkoord. Internet: toch géén klimaatakkoord. Elf uur: akkoord over het akkoord. Verwarrender en demotiverender kan het nu niet meer worden. Was er in de weken voorafgaand aan de klimaattop in Kopenhagen al heel veel gesteggel en wisten we voor aanvang al dat een akkoord het hoogst haalbare was, de teleurstelling is groot. Niet alleen voor de deelnemers, maar zeker ook het “gewone” publiek.
Van alle kanten krijgen we te horen dat het slecht gaat, dat het vijf voor twaalf is en dat we afstevenen op een klimaatramp en toch falen de wereldleiders keer op keer om daar echt iets aan te doen. Dat is nog wel te verklaren, omdat het klimaatprobleem niet bij slechts één verantwoordelijke ligt. Wat niet is te verklaren is het afschuiven van al die verantwoordelijkheden.
Daarom is het tijd om zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Laat die overheden er maar achteraan hobbelen, wij kunnen nu laten zien dat we wél het probleem begrijpen en wél onze verantwoordelijkheid nemen. Dat kan als inwoner van een gemeente, land, continent, of de wereld. Dat kan als bedrijf. En het levert niet alleen het goede gevoel op, het levert ook gewoon geld op. Geld omdat je bespaart op al die onnodige, vervuilende praktijken, geld omdat klanten liever met jou in zee gaan, dan met bedrijven die hun maatschappelijk verantwoordelijkheid slechter of zelfs niet hebben geregeld. En dat kan ook nog op een redelijk makkelijke manier. Wat wil je nog meer? Laat het me weten!
